NL | EN

Over ons

Herman Van Roey, passioneel tuinliefhebber doch ietwat ongeduldig, ontwikkelde halfweg de jaren tachtig een systeem om in geen tijd massieve buxusvormen te creëren. Het resultaat hiervan overtrof ieders verwachtingen. Door deze robuuste stalen structuren mobiel te maken bleken ze uitermate toep...

Lees meer

About us : References

References

Mechelen is verkozen tot mooiste groen-en bloemenstad van Europa. De prijsuitreiking vond plaats in Harrogate in Groot-Brittannië. Tien jaar geleden werd Mechelen nog algemeen beschouwd als een grijze en ietwat vuile stad. Tienduizenden bloemen en vaste aanplantingen hebben dat imago bijgestuurd. De jury van de Europese wedstrijd Entente Florale prijst Mechelen aan als een "mooi gerenoveerde stad, met prachtige bomen en bloemen, smaakvolle gebouwen en een mooie combinatie van erfgoed met moderne architectuur". Verspreid over de stad staan er momenteel 236 (Garsy®) bloementorens, 289 bloembakken en 1.119 bloemenmanden. Het stadsbestuur deelde ook aan de Mechelaars 40.000 plantjes uit. "Deze gouden medaille is voor toeristisch Mechelen van groot belang. En dat hebben we aan alle Mechelaars te danken", zegt Greet Geypen, schepen van Openbare Werken. VRT nieuws,

Tien jaar geleden had de vader van Jan Van Roey het lumineuze idee om metershoge buxussen te ’imiteren’ door tientallen kleine planten in opeengestapelde metalen schalen te plaatsen. Zoonlief nam er een patent op, en de bloementorens van Garsy nv uit Malle zijn nu al te bewonderen van Antwerpen tot Tokio.

De basis van een mooie tuin is een goed ontwerp. Of het nu gaat om een postzegeltuin of een enorme lap grond, het begint allemaal met de structuur. In vakjargon: het geraamte. Benoit Fondu, van Fondu Landscape Architects, ontwierp een tuin in maniëristische stijl bij een villa. De tuin Tuinontwerper Benoit Fondu van Fondu Landscape Architects wist na één bezoek aan het huis van Jan en Natacha al hoe hun tuin zou moeten worden. Hij keek rond in het huis, praatte met de bewoners en zag het helemaal voor zich. Zulke kunstminnende mensen met een buitengewoon gevoel voor esthetiek en zo’n imposant huis dat ze zelf hebben laten bouwen, daar hoort een bijzondere tuin bij: een Vlaamse, barokke tuin. Een maniëristische tuin, zoals die in de 16de eeuw in opmars kwam. Toen Jan en Natacha de perspectieftekening van Benoit gepresenteerd kregen, zagen ze het bedoelde eindresultaat helemaal zitten. Maar bewoner Jan plakte er één voorwaarde aan vast: in de tuin moesten Garsy-modules toegepast worden, zoveel als mogelijk. Garsy-modules®? Daar heeft een doorsnee leek nog nooit van gehoord. Maar iedereen kent ze onbewust, alleen niet bij naam. Garsy-modules zijn plantsystemen die je veel in openbare buitenruimtes ziet (of niet ziet eigenlijk). Tuinen op parkeergarages, groene geluidswallen, piramidezuilen met weelderige bloemen bij openbare gebouwen... Van al dat moois is Garsy de basis, het staketsel. Het is een ingenieus opbouwsysteem van gestapelde metalen ringen, waarin planten groeien. Zodat ook moeilijke plekken weelderig begroeid kunnen worden. Maar waarom zou iemand die gewoon in de volle grond kan planten, in vredesnaam in zijn tuin Garsy-systemen willen toepassen? Het antwoord: bewoner Jan is directeur van Garsy en wil zijn tuin laten functioneren als laboratorium voor zijn eigen producten. De tuin is er dus niet alleen voor het mooi, maar hij is ook een proefstation. Een onderzoeksveld om uit te proberen wat er allemaal kan met het systeem. De grote conische, groene snoeivormen en de geometrische buxuspatronen zijn opgebouwd in Garsy-modules. De buxus groeit dus niet in de volle grond, maar in een ijzeren staketsel. Een Versailles-tuin op een dak of een parkeergarage? Ja, dat kan met dit systeem. Deze tuin is daar het tastbare bewijs van. Ontwerper Benoit ziet behalve de grote toepasbaarheid op moeilijke plekken nog andere pluspunten van het systeem: ‘In deze tuin lopen ook drie honden rond. En honden plassen graag tegen hagen. En wat krijg je dan? De beruchte pipi-lijn. Op plashoogte verbrandt de buxus en groeit nooit meer aan. Er vallen gaten in je haag, die je eigenlijk niet meer hersteld krijgt. Maar omdat de planten nu niet in de volle grond staan, maar in het opbouwsysteem, kun je ze er makkelijk uit halen en vervangen door nieuwe. En is alles weer in orde.’ De toegepaste modules zijn visueel niet aanwezig. Wat je ziet is een schitterende, barokke tuin. Een tuin waarin je wandelt en naar curiosa kijkt: de indrukwekkende planten, de beeldschone Italiaanse potten. Alle elementen zijn subtiel en met een fijn gevoel voor detail neergezet. Het gazon ligt niet in het midden, maar opzij. Het zwembad is geen artificieel blauw chloorbad in het centrum van het gazon, maar is schuin aan de rand geplaatst en oogt met zijn grijze binnenkant en het water dat over de rand vloeit als een architectonische waterpartij. Mooi, smaakvol en met de plaats voor planten die ze verdienen: in de hoofdrol. Bewoners Jan en Natacha zijn heel gelukkig met hun tuin. Jan maakt een mooie vergelijking: ‘Mijn vader had veel oude kunst aan de muur hangen. Ik liep daar als kind langs. De schilderijen waren er altijd en steeds zag ik er weer iets anders in. Ze hoorden in het huis, bij ons, bij mij. Zo voelt ook deze tuin. We kunnen er het hele jaar in wandelen. Er zijn geen dode momenten. Er is steeds wat te zien. De tuin is er, hij staat er, alsof hij er altijd is geweest. De tuin hoort bij het huis, bij ons, bij mij.’ De ontwerper Een bijzonder mens, een unieke vakman. Erudiet, filosofisch en eigenzinnig. Dat is tuin- en landschapsarchitect Benoit Fondu (48). Hij maakt nooit de zoveelste Fondu-tuin. Elke tuin die hij ontwerpt, is volkomen anders. Benoit Fondu maakt namelijk geen tuinen voor zichzelf, maar voor de bewoners. Alle opdrachtgevers zijn verschillend, zo vindt hij, en elke omgeving is weer anders. Hij verdiept zich in de bewoners, vraagt zich af wat voor mensen het zijn, kijkt wat voor meubels er in huis staan, wat aan de muur hangt, welke boeken ze lezen, hoe ze gekleed zijn, van welke muziek ze houden, of ze culinair geïnteresseerd zijn. Vervolgens bestudeert hij de buitenkant van het huis en de omringende omgeving. En dan start het ontwerpproces... In het hoofd van Benoit. Zelf noemt hij deze fase lachend armchair-gardening, tuinieren in de leunstoel, ‘het moeilijkste en meest vermoeiende onderdeel van tuinieren’. Kenmerkend voor Benoit Fondu is dat een tuin van zijn hand niet meteen als een Fondu-tuin herkend wordt. Hij is een alleskunner. Japanse tuinen, maniëristische tuinen, landschappelijke tuinen: hij maakt ze allemaal en altijd passend bij omgeving en bewoners. Fondu heeft een indrukwekkend cv. Dat begint al met zijn opleiding. Hij studeerde af in de tuinbouwkunde aan het Hoger Rijksinstituut voor Tuinbouw in Vilvoorde. Hij volgde de opleiding tuin- en landschapsarchitectuur aan het L’institut supérieur industriel de Gembloux. Hij haalde z’n diploma restauratie van landschappen, parken en historische tuinen aan de Architectural Association in Londen. En hij bestudeerde de geschiedenis en kunstgeschiedenis van de Japanse tuinen aan de Universiteit van Kyoto. Na al dat studeren werkte hij bij verschillende bureaus en ook twee jaar in het arboretum van Kalmthout, waar hij zijn botanische kennis aanscherpte. Daarna is hij voor zichzelf begonnen: landschapsarchitect, tuinontwerper, tuinbouwkundig raadgever, boomexpert. Bij zo’n allround-vakman verwacht je niet anders dan indrukwekkende opdrachten. Die staan er dan ook rijen lang op zijn cv. Zo heeft hij een groot aantal prestigieuze projecten op zijn naam staan, waaronder historische kasteeltuinen, kloostertuinen en parken. Niet alleen in België, maar ook in Italië, Engeland en Frankrijk. En wat vindt zo’n breed geschoolde tuin- en landschapsarchitect het belangrijkste onderdeel van een tuin? Een doordacht lijnenspel? Verrassende zichtassen? Symmetrisch geplaatste ornamenten misschien? Verrassend en verademend is zijn antwoord: ‘Planten. Planten zijn het raamwerk van de tuin. Al het andere is van ondergeschikt belang. Ik ben geen designer. Ik ben een tuinarchitect.’ Fondu Landscape Architects, Benoit Fondu, Rerum Novarumlaan 122, B 2170 Merksem, België, 03-645 67 21, info@f-la.be, www.f-la.be Tekst: Trix van der Putten Foto's: Wim Daneels

De voorbije maanden klaagden automobilisten over de slechte zichtbaarheid door de bloementorens die op het kruispunt aan de kerk in Wiemesmeer staan. De torens staan op de middenberm en zorgen ervoor dat automobilisten die willen afslaan, moeten stoppen voor ze het rijvak veilig kunnen oversteken. Het gemeentebestuur houdt echter vast aan de bloementorens. ,,In het verleden gebeurden er op het kruispunt, ondanks de goede zichtbaarheid, gemiddeld 4 tot 5 ongevallen per jaar'', weet burgemeester Jos Beuls. ,,Door de bloementorens moet je nu effectief stoppen vooraleer je kan afslaan, en dat is ons inziens veiliger. Of de torens effectief de veiligheid verhogen, kunnen we natuurlijk niet bewijzen. Maar sinds 15 mei, toen de torens geplaatst werden, is er in ieder geval nog geen ongeval gebeurd op het kruispunt.'' (Bron: Het Volk 28/08/2002)

Agenten info


 

Quote

Quote of the DayQuote of the Month

- ,